Steeds meer werkgevers zien de positieve kanten van hybride werken in, blijkt uit het onderzoek Juridische en organisatorische vraagstukken bij hybride werken van Conen en Van der Neut. Werkgevers vertrouwen hun werknemers dat ze thuis voldoende aan het werk zijn en zijn ook tevreden over de hoeveelheid werk die wordt opgepakt.
‘Tijdsautonomie is verder van cruciaal belang en de belangrijkste voorspeller van zaken als werktevredenheid en belasting bij werknemers,’ aldus Conen in een interview met Binnenlands Bestuur.
Informeel beleid
Ondanks de tevredenheid is het beleid rondom hybride werken vaak nog informeel geregeld. Zo heeft maar 29 procent van de organisaties uit het onderzoek een bereikbaarheidsbeleid, elf procent heeft maatregelen om digitale middelen buiten werktijd uit te schakelen en maar negen procent heeft protocollen voor contactmomenten.
Van der Neut stelt tegenover Binnenlands Bestuur dat werkgevers vaak ten onrechte denken dat informeel hybride werken beleid zo teruggedraaid kan worden. ‘Maar als mensen jarenlang hybride mogen werken, dan wordt het een verworven recht. Zelfs wanneer in de arbeidsovereenkomst staat: “u moet altijd op locatie X werken”.’
Nu we allemaal blij zijn met hybride werken, is dit het juiste moment om afspraken vast te leggen”
Verantwoordelijkheid
Daarnaast is de kans groter dat werknemers onder ergonomisch onverantwoorde omstandigheden werken als ze thuiswerken. Hoewel een werknemer daar zelf voor kiest, blijf je als werkgever verantwoordelijk voor uitval door bijvoorbeeld RSI-klachten. Van der Neut: ‘Je zit als organisatie dus wel op de blaren. Ik denk dat organisaties die juridische risico’s zwaar onderschatten.’
‘Het is daarom belangrijk om wat explicieter te zijn,’ vult Conen aan. ‘Nu we allemaal blij zijn met hybride werken, is dit het juiste moment om afspraken vast te leggen in plaats van uit te gaan van impliciete verwachtingen. Wees helder wat je van mensen verwacht.’






