De gezondheid van stratenmakers is serieus in het geding. Want 38% heeft een beroepsziekte aan het bewegingsapparaat, blijkt uit cijfers van TNO. Van hen ervaart 26% gezondheidsklachten als gevolg van het werk. Van de stratenmakers vindt 81% het werk lichamelijk zwaar en heeft 46% last van de rug.
Controles NLA op fysieke belasting straatwerk
De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) controleert In 2025 en 2026 op fysieke belasting bij straatwerk. Er wordt namelijk nog vaak handmatig bestraat terwijl dat machinaal zou moeten. Een groot aantal bouwprojecten lag al dagenlang of zelfs wekenlang stil op last van de Inspectie. Dat is niet vanwege strengere eisen, maar omdat de Inspectie een strenger handhavingsinstrument toepast: stillegging.
Maroesja Bonsen, specialist ergonomie bij de NLA, legt op vandestraat.org, één van de websites van branchevereniging Straatwerk Nederland, uit hoe het zit. "We leggen alleen maar stil als er handmatig wordt bestraat terwijl het machinaal/mechanisch kan. Die stillegging is mogelijk in verband met ernstig gevaar voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer als gevolg van de fysieke belasting. De richtlijn van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) is hierin meegewogen."
Dilemma: machinaal bestraten is kostbaar
Maar het stilleggen van projecten zorgt voor frustraties onder stratenmakers. De Inspectie kan wel zeggen dat er voldoende tijd en geld vrijgemaakt moet worden zodat stratenmakers veilig en gezond kunnen werken, maar dat is niet altijd realistisch, klinkt het uit het veld. De Tilburgse stratenmaker Bas Evers verwoordde het sentiment als volgt in een interview met Omroep Brabant. "Ik ken niemand die liever zwaar tilt dan een hulpmiddel gebruikt. Maar machines passen niet overal en zijn vaak duur. En als je alles doorberekent aan de opdrachtgever, is de kans groot dat een ander er met jouw opdrachten vandoor gaat."
Theo Noorlander, operationeel directeur van branchevereniging Straatwerk Nederland, kent de argumenten van stratenmakers om toch met de hand te blijven werken als geen ander. Het ís ook een hardnekkig probleem, vindt Noorlander, waarbij geld inderdaad een grote rol speelt. "Want als je machinaal wilt kunnen bestraten, moet je daar flink in investeren. Een bestratingsklem kan een laag stenen of tegels aanklemmen en strak wegleggen. Zo'n klem kost al gauw 10.000 euro. Maar dan heb je nog niks, want die klem moet aan een shovel of kraan worden gekoppeld. Zo'n machine kost 30.000 of 40.000 euro. En dan zijn er natuurlijk nog allerlei andere kosten."
Elk bedrijf met stratenmakers moet dus bij de keuze voor machinaal wel zeker weten dat het die kosten kan terugverdienen. En daar wringt de schoen vaak, ziet Noorlander. Lang niet alle opdrachtgevers houden in hun begroting rekening met de investeringen die stratenmakers moeten doen. Terwijl machinaal bestraten al het uitgangspunt is sinds begin 21ste eeuw, met alleen handmatig waar dat echt machinaal niet kan. "Niemand kan doen alsof ze door de acties van de Arbeidsinspectie overvallen zijn", benadrukt Noorlander.
CROW-publicatie 324: machinaal is uitgangspunt
Dat machinaal bestraten het uitgangspunt is, volgt uit CROW-publicatie 324 'Verantwoord aanbrengen elementenverharding' (2013), die aansluit op de bestaande Arbeidsomstandighedenwetgeving. Kenniscentrum CROW bedenkt slimme en praktische oplossingen voor vraagstukken over infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer in Nederland.
Er zijn ook grenzen aan wat handmatig allemaal nog wel mag. Een stratenmaker mag maximaal 4 kilogram stenen met één hand tillen en maximaal 9,5 kilogram met twee handen. Wie over die grens gaat riskeert stillegging en een boete. Betonnen trottoirbanden, inritblokken, putten en kolken mogen nooit handmatig getild en geplaatst worden.
Herziening publicatie 324 is nu in de maak
Publicatie 324 is echter achterhaald, vinden CROW en Straatwerk Nederland. Er zijn namelijk sinds 2013 veel technologische ontwikkelingen in machinaal bestraten geweest. Machines zijn compacter, veelzijdiger en makkelijker te gebruiken in kleinere ruimtes. Daarom werken CROW en Straatwerk Nederland aan een herziening van de richtlijn. Deze herziening moet een actueel overzicht bieden van de technische mogelijkheden rondom machinaal bestraten. Het beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van opdrachtgevers, ontwerpers, leveranciers, aannemingsbedrijven en stratenmakersbedrijven.
De vernieuwde kennismodule bevat aangepaste tabellen en een geactualiseerde matrix. Volgens de wet- en regelgeving is het uitgangspunt dat elementenverharding machinaal wordt verwerkt. Handmatige verwerking is alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan. De kennismodule geeft hiervoor een helder overzicht. Bij handmatige verwerking is het belangrijk om altijd te voldoen aan de basiseisen die hiervoor gelden. De wijzigingen helpen de fysieke belasting van straatmakers te verlagen. Daarnaast zorgen ze voor efficiëntere werkprocessen met behoud van kwaliteit.
Opdrachtgever moet straatwerkplan aanleveren
Op locatie moet er altijd een straatwerkplan zijn met onderbouwing. Als handmatig bestraten nodig is omdat machinaal op sommige plekken niet kan, moet het plan daarover een duidelijk uitleg bevatten. Ook moet er per medewerker een logboek worden bijgehouden, met urenregistratie, fysieke belasting en werk- en rusttijden.
De opdrachtgever dient voor aanbesteding een goed onderbouwd straatwerkplan aan te leveren, zegt Noorlander. Zodat stratenmakers nooit handmatig hoeven te bestraten als machinaal ook kan. Maar nu is het vaak de omgekeerde wereld: de opdrachtgever die de ingehuurde stratenmaker vraagt om 'even dat plan te regelen.
En dan gaat het dus vaak fout, zegt Noorlander. "De verantwoordelijkheid ligt dan niet bij de opdrachtgever, maar bij de uitvoerder. Omdat stratenmakers gevangen zitten in de prijsgedreven keten en er ook nog een cultuur heerst waarin handmatig bestraten als een onmisbaar ambacht wordt gezien, verandert er weinig tot niets.”
Bewustzijn vergroten van opdrachtgevers
Wat is er nodig om wél iets te veranderen ten goede van de stratenmaker? De controles door de Arbeidsinspectie zijn in ieder geval een verstandige stap, vindt Noorlander. "Hopelijk vergroot dat alvast het bewustzijn bij zowel opdrachtgevers als uitvoerders."
Noorlander en collega’s van Straatwerk Nederland geven zelf ook presentaties in het land. Bijvoorbeeld aan gemeenten, veruit de grootste opdrachtgever van stratenmakers. "‘Dan merk je dat er heus wel gemeenten zijn die al een eerlijke prijs betalen. Waar kennis is over wat machinaal bestraten kost. Waar ze de gezondheid van de stratenmaker zorgvuldig meewegen in het verstrekken van de opdracht. Bij de gemeente Eindhoven is dat goed geregeld, ook Amsterdam heeft goede intenties. In de gemeente Den Haag hebben ze al vele jaren een samenwerking met het bedrijf dat vroeger de huisaannemer van de gemeente was. Zo’n relatie is heel waardevol."
Wijzen op de cijfers over fysieke belasting
Maar er zijn ook gemeenten – en andere opdrachtgevers – die minder gemakkelijk te overtuigen zijn. Zoals er ook stratenmakers zijn die blijven volhouden dat handmatig bestraten het 'echte' stratenmaken is. Noorlander en zijn collega's wijzen dan altijd op cijfers over fysieke belasting.
Dat kun je als veiligheidskundige natuurlijk ook doen, zegt de operationeel directeur van Straatwerk Nederland. "Laat maar zien welke gezondheidsklachten veel stratenmakers nu al hebben. Laat staan als ze geen gebruik willen of kunnen maken van hulpmiddelen die al jarenlang hun nut bewezen hebben." Veiligheidskundigen zouden bovendien niet moeten aarzelen om zelf het werk stil te leggen als ze overtredingen constateren, voegt Noorlander toe. Uiteraard hebben ze daarvoor rugdekking nodig van hun opdrachtgever.
Een lastig aspect is ook nog dat veruit het grootste deel van de ingehuurde stratenmakers zzp’er is, zegt Noorlander. "Voor hen is het nog veel ingewikkelder om een grote investering voor machinaal straatwerk te doen dan voor een groot bedrijf. Daarom begint de cultuurverandering echt bij de opdrachtgever. Die moet een eerlijk speelveld creëren met eerlijke prijzen. Vervolgens is het aan de stratenmaker om als een volwaardige ondernemer duidelijk te maken welke kosten hij nu precies maakt.'














