Van ouderen kun je leren, of niet? 

Ooit afgeschreven en weggestuurd, nu onmisbaar door tekorten. Wat zegt dit over omgaan met werkervaring?

Van ouderen kun je leren, of niet? 

Onze omgang met ouderen op het werk is natuurlijk ronduit opportunistisch. Eerst keken we hen weg: te duur, te weinig productief. 'Ga maar met een mooie regeling naar huis, dan zetten we op jouw plek een goedkopere jongere in.' Tot in 2005 de VUT werd afgeschaft.

Nu de vergrijzing doorbijt en we handen aan het bed, in de bouw, voor de klas of waar dan ook tekortkomen, zijn grijze haren weer van harte welkom.

Niet flexibel, wél wijs

Dat financiële en conjuncturele opportunisme vullen we aan met sociaal-culturele dubbelhartigheid. Enerzijds associëren we oudere werknemers met afnemende fysieke en mentale krachten: de sleet zit erop, de flexibiliteit neemt af, 'een oude aap leer je geen kunstjes meer'. Dan bedenken we 'ontziemaatregelen' (het woord alleen al), stellen we extra verlofdagen in en promoten we 80-90-100-regelingen.

Anderzijds bekleden we de medewerker op leeftijd met positieve eigenschappen, zoals bedachtzaamheid en zelfs wijsheid, gebouwd op een jarenlange praktijk. Bij het idee dat zo'n gelouterde medewerker vertrekt, wordt een beetje manager bleek om de neus. Die wil dan de kennis en ervaring van die grijze dakduiven in hun laatste arbeidsjaren benutten, aftappen, expliciet maken, zodat achterblijvers en opvolgers er hun voordeel mee kunnen doen.

Ervaring ouderen overschat?

Maar waarom eigenlijk? Ik heb de indruk dat er van die voornemens doorgaans weinig terechtkomt en dat die achterblijvers en opvolgers sowieso hun eigen gang gaan. En dat is maar goed ook. 'Zo de ouden zongen, piepen de jongen' lijkt me de beste manier om de aansluiting met de actualiteit te verliezen. Je kunt van die ouderen beter leren wat je niét moet doen. Onlangs zag ik het portret dat Christophe Hermans en Boris Tilquin met oude film- en tv-beelden hebben geschilderd van Eddy Merckx. Hij kon alles: tijdrijden, klimmen, en klassiekers, grote rondes en zesdaagsen rijden. En hij won alles.

Heel leerzaam dus om Merckx aan het werk te zien. Maar vooral viel me in die documentaire de afstand tot het wielrennen van nu op. Het zware materiaal, de traditionele voeding, de loodzware trainingsarbeid, de absurde lengte en omstandigheden van de koers, de onbelemmerde omgang met versterkende middelen … Wie zich nu zou prepareren, koersen en soigneren zoals Merckx deed, zou geen enkele wedstrijd winnen. In dat opzicht is van Merckx vooral te leren wat je vandaag de dag niét meer moet doen.

Zoek het lekker zelf uit

Jacques Anquetil, zelf vijfvoudig Tourwinnaar, beschreef de ideale wielrenner als volgt: "Men neme de benen van Merckx, het hoofd van Merckx, de spieren van Merckx, het hart van Merckx en de zegedrift van Merckx."

Oftewel: een vak (fietsen, zorg verlenen, straten maken, nota's schrijven) kun je leren. Wat je ermee bereikt, is een kwestie van mazzel en mentaliteit. Van de vorige generatie leer je wat je niet moet doen. Wat je wel moet doen, moet je vooral zelf uitzoeken.

Gert is eigenaar van OIO – Bureau voor Organisaties in Ontwikkeling. Daar werkt hij aan antwoorden op samenwerkingsvragen binnen en tussen organisaties. Processturing is hierin de rode draad.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.