Werkgerelateerde hart- en vaatziekten zijn de op een na grootste oorzaak van werkgerelateerde sterfgevallen, zowel in Nederland als binnen de hele Europese Unie (EU). Dat aantal ligt vele malen hoger dan het aantal sterfgevallen door arbeidsongevallen. Desondanks is er nog maar weinig aandacht voor de preventie van hart- en vaatziekten als gevolg van factoren in het werk.
Eén van de redenen daarvoor is dat er nog weinig bekend is over de werkgerelateerde oorzaken en risicofactoren voor hart- en vaatziekten en het verband met werkgerelateerde risico’s.
Dit belemmert niet alleen het toepassen van passende preventieve maatregelen op de werkplek, maar ook het herkennen van werkgerelateerde hart- en vaatziekten op individueel niveau. Zo kwamen er in 2023 slecht 14 meldingen van cardiovasculaire beroepsziekten, zoals ischemische hartziekten of beroertes, binnen bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).

De EU vraagt daarom meer aandacht voor de preventie van werkgerelateerde hart- en vaatziekten. In het strategisch EU-Kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 staat dat nader onderzoek en gegevensverzameling over cardiovasculaire beroepsziekten een prioriteit zou moeten zijn op nationaal en EU-niveau. Datzelfde geldt voor de bevordering van de cardiovasculaire gezondheid op het werk.
6 oorzaken werkgerelateerde hart- en vaatziekten
Het is niet zo dat er helemaal niets bekend is over de werkgerelateerde factoren van hart- en vaatziekten. De informatie hierover is echter versnipperd en daardoor soms moeilijk vindbaar. Wat zijn dan die factoren? Hieronder een aantal van de belangrijkste:
1. Lange werkuren en psychosociale stress
Er is een hard verband tussen het ontstaan van hart- en vaatziekten en 55 uur of meer per week werken. Onderzoek van de World Health Organization (WHO) en International Labour Organization (ILO) schat dat er globaal 398.306 en 346.619 vroegtijdige sterfgevallen door respectievelijk een beroerte en ischemische hartziekten zijn toe te schrijven aan lange werkuren. In perspectief: dit is ongeveer 3 keer meer dan het aantal mensen dat wereldwijd in 2016 overleed aan de gevolgen van blootstelling aan asbest.
Ook werkgerelateerde psychosociale stress is een bewezen onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Studies hebben aangetoond dat overmatige blootstelling aan werkstress geassocieerd is met een toegenomen risico voor ischemische hartziekten en beroertes. Werkstress is daarbij voornamelijk gedefinieerd als een hoge psychologische werkbelasting (zoals hoge werkdruk, werken onder tijdsdruk en overwerk) in combinatie met onvoldoende regelmogelijkheden (job-strain) of onvoldoende waardering (effort-reward imbalance).
2. Nachtwerk
De Gezondheidsraad concludeerde in 2017 op basis van diverse (internationale) onderzoeken dat nachtwerk het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Het risico neemt toe naarmate iemand meer jaren nachtwerk verricht. Hierbij is de voorzichtige inschatting dat 4 op de 100 gevallen van hart- en vaatziekten onder mensen die 5 jaar nachtwerk hebben verricht, te wijten is aan dat nachtwerk. Na 40 jaar nachtwerk is dat naar schatting circa 23 van de 100 gevallen.
3. Luchtverontreiniging
Blootstelling aan luchtverontreiniging (een combinatie van deeltjesvormige en gasvormige stoffen zoals PM2.5, NO2 en SO2) tijdens het werk wordt heel vaak niet gezien als een extra (attributief) risico (ILO 2021). Vanuit de publieke gezondheidzorg weten we echter dat mensen die dicht bij een drukke weg wonen een grotere kans hebben op vroegtijdig overlijden aan hart- en vaatziekten dan mensen die elders wonen (GGD-richtlijn luchtkwaliteit en gezondheid 2019).
Medewerkers die met dergelijke stoffen werken kunnen tijdens hun werk aan hoge concentraties worden blootgesteld, boven op de achtergrondblootstelling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan wegverwerkers of verkeersregelaars.
4. Gevaarlijke stoffen
Ook de Nordic Expert Group (NEG) concludeerde dat er bewijs is dat door verbranding gegenereerde deeltjes, waaronder uitlaatgassen en lasdampen, hart- en vaatziekten kunnen veroorzaken. De NEG beoordeelde een groot aantal stoffen op het vermogen om hartvaatziekten te veroorzaken. Een sterk bewijs hiervoor is gevonden in onder andere lood, dioxines en respirabel kristallijn silica. Zo kan lood al de bloeddruk verhogen bij lage concentraties blootstelling.
5. Hand-armtrillingen
Een meer bekend effect zijn hand-armtrillingen die een negatieve invloed kunnen hebben op de vaatfunctie in de vingers. Het wittevingersyndroom of Raynaud-fenomeen is een veelbeschreven effect van blootstelling aan hand-armtrillingen.
6. Bewegen
Heel weinig bewegen tijdens het werk kan het risico op hart- en vaatziekten verhogen. Maar dat geldt opmerkelijk genoeg ook voor intensief moeten bewegen in een beroep. Dit laatste wordt ook wel aangeduid als de lichamelijke activiteitsparadox.
Er is geen overtuigend bewijs dat beroepsmatige blootstelling aan geluid hart- en vaatziekten kan veroorzaken, volgens een onderzoek van WHO/ILO.
Medewerkers die al hartziekten hebben
Bij medewerkers die al bekend zijn met hart- en vaatziekten kunnen de klachten verergeren door de eerdergenoemde risicofactoren. Belangrijk om te vermelden is dat blootstelling aan hitte ditzelfde effect kan hebben: door vaatverwijding moet het hart harder werken.
Dit kunnen we al doen aan preventie
Er is nog veel onbekend over de beroepsmatige oorzaken van hart- en vaatziekten. Toch is er met de huidige (beperkte) informatie ook al veel mogelijk voorpreventie op verschillende niveaus. Denk aan de volgende maatregelen:
1
2
3
4
We begonnen dit artikel met de constatering dat werkgerelateerde hart- en vaatziekten de op een na grootste oorzaak zijn van werkgerelateerde sterfgevallen. Alle reden dus om preventie van hart- en vaatziekten door het werk meer aandacht te geven in de hele bedrijfsgezondheidskundige zorg.
Auteurs: Jolanda Willems is arbeidshygiënist en toxicoloog. Gilbert Wijntjens is bedrijfsarts en klinisch onderzoeker. Beiden zijn werkzaam voor de Polikliniek Mens en Arbeid, een polikliniek voor diagnose en advies voor complexe beroepsziekten, onderdeel van de Amsterdam Universitair Medische Centra (Amsterdam UMC).














