Nú zou ik dat misschien wel willen, maar toen was het kloppen op de deur al een reden om ineen te krimpen. Tijdens een stoeipartij met een oudere broer verraadde een piet zich door het gebruik van haar stem. De argwaan richting zwarte mensen verdween. Later droeg ik met roet besmeerd bij aan het huidige vriendelijke imago van de pietermannen en -vrouwen.
Op vakanties mag ik graag cultuur snuiven. Onderdeel daarvan is het steevast bezichtigen van (veelal katholieke) kerken, kathedralen, paleizen, kastelen en andere schitterende bouwsels. Na verloop van tijd bekruipt me echter het gevoel dat die soms overweldigende rijkdom, alleen maar tot stand kon komen ten koste van heel veel ellende.
Verhalen over de vele doden en gewonden die tijdens de bouw vielen, de wurgende belastingen die werden opgelegd om de prestige objecten te financieren, voeren dan de boventoon. Als dan ook nog de bouwheer – in plaats van de uitgebuite arbeidskrachten – in een foldertje als mecenas wordt neergezet, krijgt het genieten van dat culturele erfgoed iets pervers.
Een pleidooi dus voor het herschrijven van die folders met die arbeidskrachten als hoofdrolspelers. Denkend aan de bouw van stadions waar onze sporthelden straks hun successen hopen te vieren, moet ik denken aan de uitspraak dat ‘als we iets van de geschiedenis leren, is dat we er niets van leren’!
Er was een periode waarin je, als je als arbeider met de pet in de hand de kamer van de directeur betrad, ongenadig op je flikker kreeg en hem daarvoor bedankend, in zijn ruim bedeelde en gedecoreerde ruimte achterliet. Maar goed dat de wetgever bedacht dat krachtige, door de vakbonden geschoolde, ondernemingsraden, die uitbuiters wel eens een lesje konden leren. En het lijkt gewerkt te hebben: uitbuitende directeuren kom ik niet meer tegen.
Overigens wel nog ondernemingsraden die hun bestuurder een lesje willen leren.





